Moslims en de witte media
Fréderike Geerdink
Op de Britse site Index on Censorship publiceerde ik deze week een artikel over moslims in Nederlandse media. Historicus Tayfun Balçık, ook programmacoördinator bij The Hague Peace Projects, doet momenteel onderzoek naar dat onderwerp. Hij telde tussen 1 november en 31 januari hoe vaak er in de vier grootste kranten (De Telegraaf, Het Algemeen Dagblad, de Volkskrant en NRC Handelsblad) over moslims wordt geschreven, hoe vaak moslims aan het woord komen in de krant (voor zover als zodanig herkenbaar) en over welke onderwerpen dat dan is. De resultaten zijn redelijk ontluisterend. Voorbeeld: ondanks flinke verschillen tussen de uitersten van het journalistieke spectrum, is ‘terrorisme’ hét onderwerp waarmee moslims de krant halen.
Hoewel ik zelf al bijna dertig jaar in de Nederlandse media werk, ben ik pas de laatste pakweg acht jaar gedwongen een verdiepingsslag te maken in mijn denken over de representatie van gemarginaliseerde groepen in de media. Dat heeft alles met mijn correspondentschap in Turkije (van 2006 tot en met 2015) te maken, en met name met mijn werk over de Koerden. Turkse media hebben het verhaal over de Koerden nooit eerlijk verteld, en Koerden staan, tenzij ze grotendeels geassimileerd zijn, dan ook niet te trappelen om bij Turkse media te werken. Als je jouw wereld niet herkent in de krant, lees je ‘m niet en wil je er niet voor werken. Wil je wel verslag doen van jouw wereld, dan zet je je eigen media op. Aldus geschiedde.
Nieuwe blik
Sindsdien let ik in Nederlandse media scherper op verslaggeving over groepen die geen institutionele macht hebben. Vandaar dat Balçıks onderzoek mijn aandacht trok. Geloof mij, ik zie de hemelsbrede verschillen tussen Turkije en Nederland en tussen het Nederlandse en het Turkse medialandschap. Turkije is een knetterhard onderdrukkende staat die haar eigen burgers met tientallen tegelijk en ongestraft de dood injaagt (nee ik overdrijf niet), met media die doorgaans in de verste verte het etiket ‘journalistiek’ niet verdienen en wie z’n eigen media opzet, is een terrorist en belandt in het gevang. Speelt in Nederland allemaal niet. Maar wie Turkije en Koerdistan van dichtbij heeft gezien en een beetje aan den lijve heeft ondervonden (een beetje, want uitgezet worden is een drama én een luxe), kan niet anders dan met een nieuwe blik naar vaderlandse media kijken. En parallellen ontwaren.
Ik confronteerde de vier hoofdredacteuren met Balçıks bevindingen. Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque mailde mij: ‘Het is logisch dat de woorden moslim en terreur veel samen voorkomen, omdat die gebeurtenissen in het nieuws zijn.’ Balçık reageerde: ‘Alsof er geen redactionele lijn is in wat prioriteit krijgt bij het maken van “nieuws” en de benoeming van wat “terreur” is of niet. “Nieuws” is niet objectief waar te nemen, het is een selectieve weergave van gebeurtenissen.’ Dat is het en dat kan niet anders, maar geef ons nieuwsmakers, laat staan hoofdredacteuren, die laten zien dat ze zich daarvan bewust zijn.
Terrorisme wegtoveren
Balçık wil, uiteraard, niet ontkennen dat er moslims zijn die terreurdaden plegen. Wel wil hij de discussie op gang brengen over het redactionele gebruik van dat woord. Wordt geweld door moslims eerder als terrorisme gekenschetst, en zo ja waarom? Waarom wordt in allevier de kranten alleen geweld door de staat Iran als terroristisch bestempeld, en niet het geweld door, zeg, de VS, Israel of Turkije? Remarque: ‘Het verschijnsel gaat niet weg als je het woord verbant.’ Maar daar gaat het toch ook niet om, om het wegtoveren van terrorisme? Dat is de discussie toch niet?
Maar het wordt pas echt interessant bij de kwestie van de witheid der Nederlandse redacties. NRC-adjunct Elske Schouten mailde me een link naar een artikel daarover in de NRC. Er zit enige verbetering in, en er wordt aan gewerkt dat verder te verbeteren, zei ze erbij. AD-adjunct Frank Poorthuis liet tussen neus en lippen door weten dat ‘ons personeelsbeleid echt een stukje vooruitstrevender is dan je denkt, maar kampt met de problemen die alle media hebben.’ Die problemen had Remarque in zijn mail naar mij al geformuleerd: ‘Er zijn relatief weinig jongeren met een migratie-achtergrond die een schrijvende journalistieke carrière ambiëren. We moeten het buiten de reguliere opleidingen en stages zoeken.’
Uit Marokko gekomen
Maar wacht even. Eén plus één is toch twee? Als je de moslimmedemens (of andere gemarginaliseerde groep) geen volwaardige, eerlijke plaats geeft in de krant – en ik ben heus professioneel en eerlijk genoeg om de verschillen tussen deze vier kranten te zien maar de diversiteit is op álle redacties minimaal – hoe ga je die groep dan ooit binnenhalen op je redactie?
Remarque hamerde er in zijn mailtje naar mij op dat de Volkskrant een serie heeft waarin Nederlanders van diverse komaf over hun ervaringen met discriminatie praten. Ook verdedigde hij columniste Ibtihal Jadib, bij wier columns Balçık wat kanttekeningen had geplaatst, door te stellen dat zij lezers juist een inkijkje geeft in hoe het is om hier op te groeien met ouders die uit Marokko zijn gekomen, en dat zij aldus veel doet voor wederzijds begrip en integratie. ‘Het tegendeel van een wij-zijklimaat dus’, besloot hij.
Ik ken haar column niet – ik heb een NRC-abo, lees losse stukken maar zelden columns in andere Nederlandse kranten en daarnaast vooral buitenlandse media – maar dit laat zien dat de ‘lezers’ wit zijn en geen moslim en ook geen ouders hebben die uit Marokko zijn gekomen, en dus een inkijkje behoeven. Prima, maar dat lijkt me toch relevant? Is dat niet juist het summum van wij-zij? Zij, zij mogen in (vaak goede, veelzeggende, daar niet van) interviews vertellen over racisme als ervaring, maar op de nieuwspagina’s is vooral geweld door moslims terrorisme want ‘dat is nou eenmaal in het nieuws’.
Weinig waarde
En de jonge, zeer betrokken, gemotiveerde en naar dialoog snakkende onderzoeker met ouders die uit Turkije zijn gekomen, zijn onderzoek wordt nauwelijks serieus genomen of zelfs geridiculiseerd. Geen van de leidinggevenden zei dat ze het rapport zouden gaan lezen of onder chefs zouden verspreiden, of – doe eens gek – dat ze Balçık op de redactie zouden uitnodigen om naar hem te luisteren. Remarque: ‘Wij vinden dit onderzoek van weinig waarde.’ Maar kom vooral solliciteren, misschien is de journalistiek iets voor je en we streven naar diversiteit. Wat een clusterfuck.
Newsflash! De witte Nederlander die een inkijkje behoeft in een wereld die anders is dan de zijne, is als doelgroep geen lang leven meer beschoren. Alleen een krant, op papier of online, die dat werkelijk beseft en de redactionele lijn er radicaal aan aanpast, heeft een toekomst, en kan journalisten trekken die de kolommen vullen. Ik zou een beetje opschieten als ik een mainstream Nederlandse krant was. Die mensen die jouw redactie diverser kunnen maken, zetten hun eigen media op en voor je het weet, vagen ze je weg. Zou er voor Remarque nog een plekje zijn als columnist?
Fréderike Geerdink is journalist. Als Turkije-kenner en Koerdistan-correspondent leert ze veel over Nederland.
Fréderike Geerdink, 02.02.2019 @ 10:58
1 Reactie
op 02 02 2019 at 11:01 schreef Peter:
Commentaar? Leesfrontaalnaakt@gmail.com. Vermeld het als u niet wilt dat uw reactie wordt gepubliceerd.